Plotselinge doofheid

Hits: 3230

Plotselinge doofheid

Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over plotselinge doofheid.

Inleiding

Eigenlijk is het beter te spreken van plotseling gehoorsverlies, omdat met doofheid strikt genomen volledig verlies van het gehoor wordt bedoeld. “Plotselinge doofheid” kan echter ook een gedeeltelijk verlies van het gehoor betekenen. Aangezien in de praktijk meestal gesproken wordt van plotselinge doofheid, ook bij gedeeltelijke uitval van het gehoor, zal deze benaming in de tekst worden gebruikt.
Iedereen, van jong tot oud, kan door plotselinge doofheid worden getroffen. In Nederland komt éénzijdige plotselinge doofheid jaarlijks bij ongeveer 8 op de 100.000 mensen voor.

Wat is plotselinge doofheid?

Bij plotselinge doofheid verslechtert het gehoor in korte tijd. Het gehoorverlies ontstaat meestal binnen enkele seconden tot minuten. Soms wordt het gehoorverlies bij het opstaan bemerkt en is het blijkbaar tijdens de slaap ontstaan. Het geluid klinkt ineens doffer, blikkeriger, vervormd of voorzien van een echo. Soms hoort het oor helemaal niets meer. Meestal treedt het gehoorverlies aan één oor op; zeer zelden zijn beide oren aangedaan. Als het gehoorverlies aan één oor optreedt, verdwijnt bovendien het vermogen om richting te horen.
Meestal treedt bij de gehoorvermindering ook oorsuizen op. Eigenlijk is de benaming “oorsuizen” niet altijd juist: het geluid is lang niet altijd suizend van karakter maar kan ook brommend, dreunend of fluitend zijn.
Een stoornis in het evenwicht treedt bij ongeveer een derde van de gevallen van plotselinge doofheid op. De ernst van de evenwichtsstoornis kan variëren van een wat licht gevoel in het hoofd of enige onzekerheid ter been tot een hevige draaiduizeligheid met de neiging tot omvallen. Een ernstige evenwichtsstoornis gaat vaak gepaard met misselijkheid en braken.
Veel patiënten ervaren een drukgevoel of een vol, verstopt gevoel in of rond het aangedane oor.

Waardoor wordt plotselinge doofheid veroorzaakt?

Het oor is nodig voor het opvangen en verwerken van geluidstrillingen. In het binnenoor worden geluidstrillingen omgezet in een elektrisch signaal. Dit signaal gaat via de gehoorzenuw naar de hersenen en wordt daar waargenomen als geluid.

1. gehoorgang
2. trommelvlies
3. hamer
4. aambeeld
5. stijgbeugel
6. middenoor
7. evenwichtsorgaan
8. buis van Eustachius
9. slakkenhuis
10. gehoorzenuw

Van plotselinge doofheid wordt gesproken als in de omzetting van de geluidstrilling in een elektrisch signaal door het binnenoor of in de geleiding van dit elektrische signaal door de gehoorzenuw een stoornis optreedt.
Door bijvoorbeeld verstopping van de gehoorgang door oorsmeer of bij vocht in het middenoor kan ook het gehoor vrij snel afnemen; dit valt echter niet onder het begrip “plotselinge doofheid”

Wat zijn oorzaken van plotselinge doofheid?

Voor plotselinge doofheid is lang niet altijd een oorzaak aan te wijzen. Soms ligt de oorzaak erg voor de hand:

  • door een hoofdletsel, waarbij het binnenoor bijvoorbeeld beschadigd raakt;
  • door een plotselinge drukverandering, zoals bij duiken of vliegen kan optreden;
  • door een ernstige infectie zoals een hersenvliesontsteking.

Er wordt vermoed dat ook

  • bepaalde virusinfecties;
  • gestoorde afweerreacties en
  • doorbloedingsstoornissen een rol kunnen spelen.

Daarnaast zijn er nog een aantal zeldzame aandoeningen waarbij plotselinge doofheid kan optreden, zoals een brughoektumor.

De kno-arts zal onderzoek uitvoeren om de mogelijke oorzaak van de plotselinge doofheid te vinden. Dit onderzoek bestaat meestal uit gehooronderzoek, bloedonderzoek en een MRI-scan van het gehoororgaan en gehoorzenuw. De oorzaak blijft echter vaak onbekend.
De meeste patiënten met plotselinge doofheid blijken verder kerngezond te zijn.

Hoe is het beloop van plotselinge doofheid?

Bij plotselinge doofheid met een onbekende oorzaak kan het gehoor vanzelf herstellen. Dat gebeurt bij ongeveer een derde van de patiënten. Bij ongeveer een derde van de patiënten verbetert het gehoor wel enigszins, maar is de restschade groot, zodat het herstel in de praktijk weinig of niets oplevert. Bij de overige patiënten herstelt het gehoor niet. In hoeverre het gehoor verbetert, hangt mede af van de ernst van het gehoorverlies. Is het oor (bijna) helemaal doof, dan zijn de kansen op herstel klein; is het gehoorverlies gering, dan zijn de vooruitzichten beter. Gehoorherstel is te verwachten in de eerste weken nadat het gehoorverlies is opgetreden. Na 3 tot 6 maanden is over het algemeen geen verdere verbetering van het gehoor meer te verwachten. De evenwichtsstoornissen en de drukgevoelens op het oor verdwijnen meestal geheel. Het oorsuizen blijft echter vaak aanwezig.

Veel patiënten met een éénzijdige plotselinge doofheid maken zich zorgen over hun gezonde oor. Zou dat oor in de toekomst niet ook plotsdoof kunnen worden? In de praktijk blijkt dit gelukkig vrijwel nooit voor te komen. Ook kan het goede oor niet overbelast raken of slijten doordat het gehoor aan de andere kant is afgenomen. Extra voorzichtigheid is wel op zijn plaats bij ontstekingen aan het gezonde oor en ter voorkoming van lawaaibeschadiging.

Is er behandeling van plotselinge doofheid mogelijk?

Als er voor de plotselinge doofheid een oorzaak wordt gevonden, dan wordt de behandeling in principe daarop gericht. Bij plotselinge doofheid waarvoor géén oorzaak is gevonden kunnen ontstekingsremmende geneesmiddelen het spontane herstel van het gehoor enigszins positief beïnvloeden. Het resultaat van deze behandeling valt in de praktijk echter tegen. Vandaar dat ook andere geneesmiddelen, bijvoorbeeld antivirale medicijnen, worden toegepast in het kader van een wetenschappelijk onderzoek.
Als het gehoorverlies langer dan 10 tot 14 dagen heeft bestaan, is het volgens de huidige inzichten niet meer zinvol om medicijnen te geven en moet het spontane herstel worden afgewacht.

Soms biedt het aanpassen van een hoortoestel enig soelaas. Een hoortoestel maakt het geluid harder, maar niet altijd duidelijker. In de praktijk heeft een hoortoestel vooral zin als het gehoor aan beide oren slecht is. Als het goede oor nog heel goed hoort, dan valt het resultaat van hoortoestelaanpassing vaak tegen.

Patiënten die plotseling doof zijn geworden aan beide oren ondervinden vaak grote moeilijkheden in de dagelijkse communicatie. Meestal zijn hierbij speciale hulpmiddelen nodig. In dat geval is eventueel een implanteerbaar hoortoestel (cochleair implantaat) te overwegen.
Het plotselinge verlies van het gehoor aan één of beide zijden heeft vaak vergaande gevolgen voor een patiënt, zowel in het dagelijks functioneren als emotioneel. Het is daarom van belang dat er een goede begeleiding en revalidatie plaatsvinden. Een audiologisch centrum (AC) kan hierbij een rol spelen.

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van plotselinge doofheid te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina).
Het kan zijn, dat u ondanks de uitleg van uw kno-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw kno-arts en om nadere uitleg te vragen.
Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.

Mooieneus